Ephrahim verruilde topsportleven voor onderzoek dat verpleegkundigen écht helpt - Werken Bij Catharina Ziekenhuis
nieuws overzicht

Ephrahim verruilde topsportleven voor onderzoek dat verpleegkundigen écht helpt

Ephrahim Jerry stond jarenlang op het handbalveld, speelde interlands voor Nederland en woonde als prof in Zwitserland en Frankrijk. Nu werkt hij in het Catharina Ziekenhuis aan onderzoek dat verpleegkundigen meer ruimte geeft voor hun patiënten.

Wie Ephrahim hoort vertellen over zijn onderzoek, merkt het meteen: dit is geen project dat ergens op papier is bedacht. Hij stond maandenlang op de verpleegafdeling. Hij sprak verpleegkundigen. Hij zag hoe druk de ochtendronde kan zijn. En hij zag ook hoe één nieuw apparaatje pas werkt als mensen het vertrouwen.

“Je kunt wel zeggen: dit is nieuwe technologie, ga er maar mee werken”, vertelt Ephrahim. “Maar dan verlies je mensen. Zeker in de zorg. Verpleegkundigen geven zoveel voor patiënten. Zij doen hun werk op een bepaalde manier, met ziel en zaligheid. Als je dan zegt dat het anders moet, moet je dat stap voor stap doen.”

Een slimme armband

Ephrahim is arts-onderzoeker Chirurgie in het Catharina Ziekenhuis. Hij doet promotieonderzoek naar slimme manieren om patiënten beter te volgen rondom een operatie. Een belangrijk onderdeel daarvan is de viQtor: een slimme armband die patiënten om hun bovenarm dragen. De armband meet onder meer hartslag, ademhaling en zuurstofgehalte. Daardoor hoeven verpleegkundigen minder vaak losse controles aan bed te doen.

Dat klinkt technisch. Toch praat Ephrahim er vooral menselijk over. “Het gaat niet om fte’s besparen”, zegt hij. “Het gaat om meer waardevolle tijd voor de patiënt. Verpleegkundigen hebben het druk. Patiënten worden complexer. Dan moeten we zoeken naar hulpmiddelen die de werklast verlagen, zodat er meer ruimte ontstaat voor aandacht aan bed.”

Aan het onderzoek deden 392 patiënten mee. De uitkomst: het aantal handmatige controles daalde met bijna twee derde. Dat scheelt ongeveer tien minuten per patiënt per dag. Bij vier patiënten betekent dat ongeveer veertig minuten in een dienst. Geen tijd om achterover te leunen, benadrukt Ephrahim. Wel tijd om minder te hoeven rennen. “Een verpleegkundige kan dan net wat langer bij iemand blijven staan. Vragen hoe het echt gaat. Of nog een keer extra langslopen.”

49 handbalinterlands

Die praktische blik past bij hem. Ephrahim wist al vroeg dat hij arts wilde worden. Op de middelbare school zocht hij uit welke studies er waren. Geneeskunde sprong er meteen uit. “Ik dacht: dit is het. Ik wil dokter worden, met mensen werken.”

Toch liep zijn route anders dan die van veel collega’s. Naast zijn studie bouwde hij aan een serieuze handbalcarrière. Hij trainde jarenlang op hoog niveau, speelde 49 interlands voor het Nederlands team en haalde een EK. Net geen vijftig interlands, zegt hij met een glimlach. “Dat doet nog altijd een beetje pijn.”

Na zijn studie vertrok hij naar het buitenland om profhandballer te worden. Eerst naar Zwitserland, daarna naar Frankrijk. “Het was ontzettend mooi. Leven voor de sport. Achteraf besef je pas hoe bijzonder dat is.” Toch bleef er iets knagen. In de corona-periode las hij overal verhalen over zorgmedewerkers die keihard nodig waren. “Dan dacht ik: ik zit hier geld te verdienen met handballen, terwijl ik ook arts ben. Ik voelde echt dat ik moest gaan werken.”

Die stap bracht hem uiteindelijk naar het Catharina Ziekenhuis. Daar vond hij een plek waar onderzoek en patiëntenzorg dicht bij elkaar liggen. Zijn onderzoek naar de viQtor werd gepubliceerd in een internationaal wetenschappelijk tijdschrift en roept inmiddels interesse op bij andere ziekenhuizen. Maar Ephrahim begint liever niet bij die publicatie. Hij begint bij de afdeling.

Topsporter in hem is niet verdwenen

“Daar zie je pas of iets werkt”, vertelt hij. “In het begin kwamen we van alles tegen. Hoe laad je zo’n apparaat op? Waar leg je het neer? Wat doe je met de waarden? Dat lijken kleine dingen, maar voor verpleegkundigen bepalen ze of zo’n innovatie helpt of juist extra werk geeft.”

Juist daarom is hij trots op het team. Niet omdat er een slim apparaat is gebruikt, maar omdat de invoering samen met verpleegkundigen gebeurde. “Je moet niet van bovenaf zeggen dat iets beter is. Je moet luisteren, aanpassen en zorgen dat mensen merken: dit helpt mij echt.”

Ephrahim hoopt zijn promotieonderzoek binnenkort af te ronden. Daarna wil hij de kliniek in, met de ambitie om chirurg te worden. De topsporter in hem is niet verdwenen. Die zit nog steeds in zijn manier van werken: discipline, teamgevoel en de wil om beter te worden. Alleen staat er nu geen wedstrijd op het spel, maar goede zorg.

Zoon geboren in Catharina Ziekenhuis

“Onderzoek is pas mooi als mensen er iets aan hebben”, zegt Ephrahim. “Een innovatie moet geen trucje zijn. Het moet patiënten helpen en het werk van zorgverleners beter maken. Dan wordt het de moeite waard.”

Eindhoven en het Catharina Ziekenhuis voelen voor Ephrahim als thuis. “Ik zeg altijd dat ik in Eindhoven ben geboren, al durf ik bijna niet te vertellen dat dat eigenlijk Geldrop was”, zegt hij lachend. “Mijn broers en zussen zijn wél allemaal in Eindhoven geboren.” Ook met het Catharina Ziekenhuis heeft hij een persoonlijke band. Zijn zoontje werd er twee jaar geleden geboren. “Verder heb ik het ziekenhuis als patiënt gelukkig weinig nodig gehad. Maar dat moment vergeet je natuurlijk nooit.”

nieuws overzicht